’s Ochtends om half zes, wanneer de eerste data uit het CowManager-systeem binnenkomen, denkt Claudia Pott soms aan hoe anders haar leven had kunnen verlopen. Havens. Vrachtpapieren. Telefoontjes met Singapore. In plaats daarvan: rubberlaarzen, koppeloverzichten en een blik op de celgetallen van de dag ervoor. Ze heeft het allebei gedaan – en zou geen van beide willen missen.
Pott werkte jarenlang in de containerscheepvaart: wereldwijde logistiek, complexe processen, altijd in beweging. “Ik deed mijn werk met passie,” zegt ze. “En ik vond het altijd leuk om verder te kijken dan mijn eigen horizon.” Die blik is gebleven. Het is ookprecies wat haar vandaag typeert als melkveehouder.
De omslag kwam niet gepland, maar ze heeft hem wel zelf vormgegeven. Rond 2013 had haar man meer tijd nodig voor zijn eigen bedrijf in de afvalbranche - en het familiebedrijf in de melkveehouderij zocht iemand die het roer overnam. Pott stapte in. Dat zegeen agrarische opleiding had, hield haar niet tegen. Er was een cursus tot koppelmanager - en ze schreef zich in.
De cursus vroeg het nodige van haar: rantsoenberekeningen waren in het begin lastig, en er viel veel te leren over diergezondheid, voortplantingsmanagement en personeelsleiding. Maar het werken met de dieren zelf ging haar vanaf het begin goed af. Na hetexamen was het duidelijk: zij zou het bedrijf leiden - zelfstandig, beslissingsbevoegd en op haar eigen manier georganiseerd. Dat was haar voorwaarde.
Wat volgde, was fysiek zwaar en organisatorisch veeleisend werk. Een melkveebedrijf kent geen weekenden, geen feestdagen en geen echte pauzes. Pott coördineert een team van parttimers, een landbouwmeester en een eerstejaars leerling. Dezelfdediscipline waarmee ze vroeger chartercontracten opstelde en commissies afrekende, past ze nu toe in de melkveehouderij.
Destijds, in de operationele planning, coördineerde ze transportstromen over de hele wereld, stemde ze af met havens, rederijen en klanten en moest ze snel oplossingen vinden bij vertragingen of knelpunten. Strakke schema’s, verschillende tijdzones, constante druk. Vandaag stuurt ze geen goederenstromen meer aan, maar de processen binnen een melkveekoppel: diergezondheid, voeding, melkprocessen, hygiëne, personeelsinzet en kengetallen zoals celgetallen en inhoudsstoffen.
De sector is veranderd. De kern van het werk niet: meerdere processen tegelijk overzien, snel beslissen en verantwoordelijkheid nemen. “De scheepvaart heeft me laten zien hoeveel ik hou van organisatie, tempo en verantwoordelijkheid. Maar op de boerderijzie ik elke dag direct waar ik het voor doe - voor de dieren, voor ons team en voor iets dat blijft. Dat vervult me op een andere, diepere manier.”
De cijfers geven haar gelijk: lage celgetallen, goede inhoudsstoffen en een bovengemiddelde leeftijd van de kudde. In de melkveehouderij is dat een stille kwaliteitsindicator - koeien blijven alleen zo lang als ze goed verzorgd worden. “Dierenwelzijn ligt me echt na aan het hart,” zegt Pott. Dat ze als vrouw werkt in een nog altijd door mannen gedomineerde sector, benoemt ze zonder bitterheid, maar met duidelijkheid: “Succes op een melkveebedrijf hangt niet af van geslacht, maar van vakkennis, verantwoordelijkheidsgevoel, inzet – en een beetje humor.”
De volgende generatie staat al klaar. Dochter Anna, 25, volgt de opleiding tot landbouwmeester en zal in het bedrijf instappen. Dochter Jette, 23, rondde haar opleiding tot HR-medewerker bij DMK af en werkt nu in de HR-afdeling van het bedrijf, terwijl zedaarnaast bedrijfspsychologie studeert.
Twee dochters, twee wegen – allebei zelfverzekerd. Pott ziet zichzelf niet als een klassiek rolmodel. “We zijn eerder een team met hetzelfde doel.” Toch denkt ze dat haar kinderen één ding hebben meegekregen: niets ligt vast. Je kunt elke uitdaging aangaan. ’s Avonds, na het werk, zitten ze samen aan de keukentafel. Nieuws uit de stal, verhalen uit de studie, anekdotes uit de afvalbranche. Eén ding wordt het nooit, zegt Pott: saai.
Dat geloof je meteen.